|
10 mei Mannheim-Karlsruhe 102 km
Deze ochtend vertrokken we om ca. 8.15 na een gevuld ontbijt in een
Jeugdherberg te Mannheim. Niet dat het vertrek zonder slag of stoot
tot stand kwam want er moest deze ochtend wakker geworden worden. De
nuchtere lezer zal denken, dat is toch logisch maar zo voor de hand
liggend is dat niet.
Denkt u zich in we sliepen met zessen op een kamer voor een student
met financiele nood, middels stapelbedden. Hoe de diverse mede reisgenoten
zich gisteravond na een copieuze maaltijd in deze kamer ter grootte
van een bezemhok, te rusten hebben gelegd, kan niet meer onder woorden
worden gebracht maar het wakker worden was een moment van onuitwisbare
indrukken. Joop had goed geslapen maar vroeg zich af hoe het kwam dat
hij met zijn hoofd aan zijn voeteinde wakker werd. Joke wist wel waarom
want die sliep eronder en die had zo vaak met haar voeten naar boven
gebonkt, teneinde Joop tot omdraaien te bewegen in de hoop dat het snurken
dan zou verminderen, dat deze negentig graden wenteling het gevolg was.
Echter tevergeefs want Joop snurkt gewoon onder alle omstandigheden.
Ad heeft midden in de nacht zijn filmcamera met geluidopname ingesteld
om te bewijzen dat het geluid van Joop in concert met het geluid van
Joke en Pe niet eens onaardig klinkt. Dan wordt het gezelschap wakker
en wenst elkaar allervriendelijkst een goedemorgen. Maar of iedereen
werkelijk zo blij was dat er weer een nieuwe en verkwikkende ochtend
was aangebroken moet in het midden worden gelaten. Marga is de eerste
die een naderhand geslaagde poging ondernam zonder beenbreuken van het
stapelbed te komen. De anderen volgde haar soepele en acrobatische verrichtingen
met ingehouden adem, haalt ze het of niet. Het ging goed, hoewel op
het nippertje. Op weg dus en via het pontje Bruhl van Baden naar Wittemberg,
verder gefietst naar Speyer door een adembenemend natuurgebied. Zelfs
de rode Wouw maakt zijn glijvluchten groter om ons zo lang mogelijk
te volgen. Vogels kwinkelieren volop en Ad is zelfs zover dat hij in
het fluiten van de vogels een Duits accent kan herkennen. De Dom van
Speyer en het stadje zelf zijn meer dan een koffiebezoekje waard vandaar
dat tevens een appel of een banaan naar keuze met of zonder roggebrood,
onderdeel van het ontbijt mochten uitmaken.
Bij Germersheim een stop ingelast voor de thee, een yoghurtje en een
blik in de omgeving zonder hierbij een poging te willen doen te beschrijven
wat er te zien was want hier schieten woorden tekort. Zeker in relatie
met een lekker zonnetje en ongeveer 24 C. De keuze voor de nacht valt
op een kanoclub in de buurt van Karlsruhe. En altijd is er weer een
reincarnatie van de heilige Jacobus te ontmoeten en daarin heeft Joop
na twee pelgrimages naar Santiago de Compostela een rotsvast vertrouwen.
Mijn God, klinkt zijn gebed, welke richting moeten we nu kiezen. Dit
keer verschijnt Jacobus in de persoon van een man met ontbloot bovenlijf
en lullig zonnepetje afkomstig uit Kazachstan. Hij fietst graag met
ons mee om ons op het goede spoor te zetten en vertelt ondertussen dat
zijn voorouders eveneens Nederlanders zijn geweest. Zijn achternaam
is Limbricht. Oorspronkelijk van Duits-Nederlandse voorouders. Geweldige
fietser die kerel, die sportiviteit opvat als plezier hebben in de prestatie
van de ander.
Op de route weer zo'n geweldig stel mensen, Heidrun Jebtig en haar vriend
Roland Hussf. Ze wil alles van ons weten en heeft tal van tips voor
het gezelschap. Met hun hulp wordt het laatste stukje naar onze uiteindelijke
slaapplaats gevonden. De belangstelling blijkt niet zonder reden want
Heidrun heeft
relaties met de SWF (Sud West Funk) die ons mogelijk zal benaderen voor
een TV-verslag. Eenmaal aangekomen herinnert Ad zich dat we een bericht
hebben ontvangen van een supporter van onze reis. Zijn vraag was of
het mogelijk was dat hij ons kon ontmoeten als we in de buurt kwamen,
willen jullie mij dan even bellen? We doen wat hij ons vraagt. En nadat
we onze tentjes acher in de tuin van het natuurvriendenhuis hadden opgezet
en Ad onder twijfelachtige omstandigheden zijn toilet heeft gemaakt,
arriveert onze landgenoot op onze rustplaats voor deze nacht. (zie foto)
Zijn naam is Willem Mulder die vanaf zijn 18e jaar, in 1943 te werk
gesteld werd te Duitsland in Karlsruhe. Hij was de jongste uit een gezin
van twaalf kinderen. Gezegend met een gezonde portie humor en gezond
verstand kon hij zich een behoorlijke positie verwerven. Als directeur
van een verwarmingselementen fabriek had loodgieter Ad direct gesprekstof
voor twee. Blijkt de man ook nog uit IJmuiden te komen en tal van gemeenschappelijke
kennissen van Marrie en Ad passeren de revue. Willem vertelt ons zijn
levensverhaal en staat erop de maaltijd voor zijn rekening te nemen.
Zelfs de andere restaurantgangers volgde de gesprekken op de voet en
vroegen Willem regelmatig om een nadere toelichting in het Duits. Tot
zelfs iemand het op prijs stelde ons nog een schnaps aan te bieden welke
door Ineke werd beoordeeld als niet te versmaden. Nadat Ad de handbike
had gedemonstreerd, een foto was gemaakt en de koffie was gedronken
verklaart het gezelschap de dag teneinde. Joop heeft wederom zijn onschatbare
inbreng bewezen, wie vindt nu toch zo'n plek en belooft tegelijkertijd
dat we morgen niet meer dan 75 kilometer doen en slapen op een camping
met zwembad. Marga wijst op haar bescheiden wijze dat indien er geen
zwembad is een wasmachine eventueel een goed alternatief zou zijn.
We gaan slapen en we zien morgen wel weer.
|