zondag 26 mei, van San Piera naar Siena, 74 km

De eerste zonnestralen tussen de stalen masten van de elektriciteitsdraden waren te uitnodigend om lang in de slaapzak te blijven Het is vanmorgen wederom prachtig weer en daarbij lachen verse stokbroodjes en ontbijt met dampende koffie je toe. Niets weerhoud ons om er vanaf 9.00 uur maar weer een stevige klimdag van te maken.Eerst nog door het dorp Ceruzzo en dan begint onze tocht door het eerste deel van Toscane. Plotseling begint Joop te hoesten en kan werkelijk geen adem meer krijgen.
Hij loopt blauw aan en scheurt zich het
T-shirt van het lijf. Ineke is het eerste bij hem en geeft hem een paar geweldige dreunen op z'n rug, pakt hem onder het middenrif en verdomd hij komt weer bij. Hangt vervolgens nog enige tijd als een vaatdoek over een hekje maar is na een aantal minuten toch in staat om uitleg te geven over wat er gebeurde. Onze gedachten waren in eerste instantie dat er een insekt naar binnen was gevlogen. Met name Joke (ontwikkelt zich steeds meer als de heilige Martha binnen het gezelschap) heeft Joop verder gedurende dag nauwlettend in de gaten gehouden. We rijden door werkelijk een prachtig landschap dat op ons heel intens overkomt. Niet alleen door de gemene kuitenbijters maar ook door de kleuren de plaatsing van huizen daarin.
We kunnen ons goed voorstellen dat Toscane een gebied is waar met name veel kunstenaars willen wonen en werken. Het landschap nodigt als het ware uit tot meer intens en creatief denken en voelen. Vraag blijft natuurlijk of je dat op de fiets anders beleeft dan vanuit de auto. Wij denken zelf van wel, immers we voelen de teistering lijfelijk. Haat en liefde liggen dicht bij elkaar en zo zit het ook met de tocht van vandaag. Er wordt gevloekt op de hitte, de steile hellingen en passerende auto's, zelfs als er vanuit het open dak ha(r)telijk wordt gezwaaid. Maar de andere kant is er ook, want om ons heen openbaart zich een landschap zoals niemand van ons dat ooit zag. In Impruneta konden we boodschappen doen op de zondagochtend in een druk en erg klein maar zeer goed bevoorraad winkeltje. Het leek alsof op het plein de tijd had stilgestaan.
De kerk gaat uit en de kroegen stromen vol. Mensen staan op het plein in groepjes sociale contacten te onderhouden. Er konden leuke filmopnamen gemaakt worden, zoals van een groep nonnetjes die liefdevol een stel gehandicapten begeleiden luisterend naar de plaatselijk fanfare. Onderweg naar Pallazo passeren we een prachtige oude boerenwoning in vrijwel orginele staat. We stoppen om op het pad, juist voor een kilometerslange beklimming, fruit te eten. Dit alles onder het wakend oog van een oud vrouwtje die eruit zag alsof ze daar om 12.00 uur was neergezet in een stoel om er om 18.00 weer uitgehaald te worden. We passeren het dal van de Greve en beginnen met gepast enthousiasme de beklimming die uiteindelijk naar Castelliano voert. Om 18.00 uur waren we in Siena op de camping (die natuurlijk weer bovenaan een berg lag) onze tenten opgezet en lekker gegeten daar in het restaurant. De eigengemaakte appeltaart was misschien het hoogtepunt alhoewel de minestrone soep ook niet verkeerd was. Vlak voor het slapen wordt nog even gefilosofeerd over de spreuk van Ad over deze dag: De ware doorzetter vraagt zich vooraf aan de beklimming nooit af hoe hoog het einde gelegen is, pas achteraf zal blijken hoe laag het begin van de beklimming was. Welterusten allemaal.