dinsdag 28 mei, van .Sartiano naar Bagnoregio, 72 km

We hebben immers de geboorte en woonplaats van Leonardo da Vinci bezocht, dus waarom zouden we deze dag niet beginnen met een spreuk van hem. "Als je niet kunt wat je wilt, moet je willen wat je kunt". Natuurlijk heeft dat te maken met onze fietscapaciteiten, want eerlijk gezegd hadden we niet vewacht dat het fietsen door Italie zo zwaar zou zijn en daarmee worden onze toch niet geringe capaciteiten en wilskracht enorm beproefd. We speken dus af meer tijd te nemen en het tempo aan te passen en meer stops voor een adempauze.
Goed plan maar als we eenmaal het staal onder de kont hebben wordt zoiets meestal weer vergeten en wordt er tot uiterste gegaan. Komt ook wel door de route die we volgen over binnenweggetjes, om zoveel mogelijk het drukke auto verkeer te vermijden. Maar goed daar staat tegenover dat we geweldige indrukken opdoen en prachtige echt italiaanse dorpen, stadjes en daarbij behorende tafreeltjes zien. Van die oude gebouwen op het plein bij de kerk, waarbij achter de geteisterde facade vaak prachtige monumentale inrichtingen schuilgaan voor het oog van de passant. Deze ochtend is het ontbijt zoals het hoort met echt bruin brood van de warme bakker en geurige koffie. Omdat het gisteravond zo laat was geworden gingen we om half 10 vol goede moed op pad.
We begonnen vanuit Sarteano met een rustig stukje afdalen richting Cetona waarna een 6 km lange klim begon. Vooral de omschakeling van dalen naar klimmen (anderom is heel anders) is altijd weer wennen om weer in je ritme te komen. Eenmaal boven volgt de route heel vaak en voor zover mogelijk de contouren van de bergwand.
Het zuidelijke Toscaanse landschap is prachtig om te zien, je proeft de sfeer en je ademt anders. Het is voor de handliggend dat er in dit gebied zoveel oude kuuroorden liggen. Welliswaar is dit verschijnsel op z'n retour, want tegenwoordig worden op tal van andere manieren gezondheid ondersteund en lichaamlijke klachten behandeld, maar het zegt wel iets over klimaat en omstandigheden van de streek. De boer met het varken op zoek naar in deze streek voorkomende wilde truffels, hebben we niet gezien. Om 12 uur hadden we er toch al 35 km opzitten, dankzij een stukje kaarsrechte weg door een laagvlakte. Dit eindigde waar het spoor eveneens zijn pogingen staakt verder omhoog te gaan.
Wij deden dat niet en zaten dus na een stevige klim op de bergkam in Ficulle. Op een bankje met een werkelijk prachtig panorama, dat je zelf echt niet kunt verzinnen, zaten we te lunchen. In de verte zagen we snelweg Milaan Rome, met daarnaast een spoorbaan voor hoge snelheids treinen. Allemaal uitdrukkingen van een voortrazende economie waaraan wij op dat moment, ver boven verheven waren gezeten in het zonnetje. De weergoden zijn trouwens zowiezo op onze hand want met een lekker zonnetje en een fris briesje is dat prima voor het fietsen. Hier en daar een wolkje dat net even schaduw geeft als het klimmen te intensief wordt zijn tastbare bewijzen van het feit dat we 'gezien' worden. In een voorstadje van Orvieto (we hebben deze stad niet bezocht) zien we een groep schooljeugd genesteld op het terras van een soort wegrestaurantje.
En dan moet je stoppen want dat is een aanwijzing dat de piza perfect is, de koffie goed smaakt en het er niet duur is. Kortom het werden zelfs twee stukken pizza met koffie en alleen de dames namen zelfs ijs toe.Na 72 km zaten we in Bagnoregio en er is voor de eerste 50 kilometer geen camping beschikbaar. Wonderlijk toch dat je in een omtrek van 50-60 km geen camping kunt vinden. Zelfs kamperen bij de boer is in deze streken maar matig ontwikkeld.
Ook jeugdherbergen in de wat grotere plaatsen zijn er niet. Dat is dan toch een groot verschil met de Camino door het noorden van Spanje waar elk gat wel een revugio heeft voor de pelgimganger. Maar Peter kreeg een hotel of hostal in het oog, waarvan de naam 'Hotel Romantica' hem wel aansprak.
Een gebouw midden in het stadje Bagnoregio uit het jaar 1200, werkelijk schitterend met slecht 5 kamers.Degene die het werkelijk romantisch hebben gehad waren Mar en Ad, zij hadden een heus hemelbed (zie foto) en een eigen kamer, in tegenstelling tot de rest. Pe en Ien hadden een suite en voor Joop en Joke stonden er ook bedden, ruimte genoeg, dat wel. Je kon zien en merken dat de eigenares alles zelf had ingericht, vol liefde en met oog voor detail, zelfs de chocolaatjes op het kussen ontbraken niet. Hier en daar stonden nog meer snoepschaaltjes opgesteld en we hebben dus ons best gedaan om te doen wat klaarblijkelijk van ons verwacht werd, leeg maken dus. Terwijl Joop de familie tot ongeveer 19.30 aan de praat hield kon de rest allemaal heerlijk badderen om vervolgens na te denken aan wat te gaan eten. Verspilde denktijd want Joop had van de hoteldame een adresje gekregen waar we beslist naar toe moesten. Omdat dit door het stadje nog ruim een kilometer lopen betekende hadden de dames het idee dat het restaurant wel familie moest zijn, want ja je moet ook weer teruglopen en voor Ad in de stoel is een kilometer best ver. We hebben buitengewoon gezellig en lekker gegeten en werden door de dame van het resaurant met de auto terugebracht.
Ad zat voorin, Pe lag als een slang gekronkeld tussen de rolstoel in de achterbak en Ineke, Joke, Marga en Joop zaten met vieren op de achterbank.
Dat desondanks de deuren en achterklep nog dichtkonden zegt iets over afgeslankte vormen.